MENU

Vaccinatie van schapen en geiten

Blauwtongvaccinatie

is verplicht voor schapen en vrijwillig voor geiten. Vanaf een leeftijd van 3 maanden moeten de dieren elk jaar gevaccineerd worden. De verplichte vaccinatiecampagne loopt in elk geval nog tot en met 2010.

Vaccinatie tegen ‘Het Bloed’ = Clostridium perfringens

is zeer sterk aan te raden. Als gevolg van deze ziekte worden de beste lammeren het eerst getroffen en meestal worden ze dood gevonden. Indien ze nog leven hebben ze vaak koorts, ze speekselen en knarsetanden, ze hebben moeite met bewegen, soms waterige diarree en uiteindelijk liggen ze tegen de grond met een naar achteren gestrekte kop. Zeer weinig van deze lammeren overleven de ziekte.
Clostridium perfringens is een bacterie die overal in de omgeving en ook in de darm voorkomt. Bij plotse voederwijzigingen en bij een groot aanbod van koolhydraten (bv bij veel melk drinken in één keer of bij naar buiten gaan in een jonge verse weide) kan deze bacterie zich gaan vermenigvuldigen en vormt hij toxines die de doorlaatbaarheid van de darmwand veranderen.
Er treden kleine bloedinkjes op in de darmwand. Omdat behandeling meestal te laat komt is het zeer belangrijk tegen deze ziekte te vaccineren. Een niet eerder gevaccineerd dier moet twee keer gevaccineerd worden met 4 tot 6 weken tussentijd. Drachtige ooien krijgen het beste hun herhalingsvaccinatie 2 tot 4 weken voor de verwachte lammerdatum. Wanneer dit is gebeurd zijn de lammeren beschermd via de biest van hun moeder en moeten ze hun eerste vaccinatie pas krijgen op 6 tot 12 weken ouderdom. (Indien een combinatievaccin wordt gebruikt dat ook bescherming biedt tegen Pasteurella multocida moet de eerste vaccinatie op 4 weken ouderdom gebeuren).
Lammeren van ongevaccineerde ooien kunnen vanaf 2 weken oud gevaccineerd worden. Deze lammeren worden best voor een volledige bescherming 4 weken later nog een keer gevaccineerd en hierna moet de vaccinatie jaarlijks herhaald worden.

Vaccinatie tegen ‘zomerlongontsteking’ = Pasteurella multocida

is alleen in Nederland mogelijk in een combinatievaccin dat ook bescherming biedt tegen ‘Het Bloed’. Veel dieren zijn drager van deze bacterie en bij slechte weersomstandigheden, grote schommelingen in temperatuur tussen dag en nacht of bij een slecht stalklimaat kan de bacterie ineens voor veel problemen zorgen.
Pasteurellose kenmerkt zich vooral door het voorkomen van acute longontstekingen of het plotseling dood vinden van een lam. Verder kan de kiem ook het borstvlies, het hartzakje en de uier aantasten en in uitzonderlijke gevallen de het hersenvlies, gewrichten of zelfs de darmen via een septicaemie.
Opgroeiende lammeren worden het meest aangetast maar ook volwassen schapen kunnen ernstige longontstekingen krijgen. Behandeling komt regelmatig te laat, maar indien mogelijk geven oxytetracyclines nog het beste resultaat. In de vorm van langwerkende preparaten kan dit ook preventief worden gegeven bij een uitbraak. Als preventieve maatregelen zijn aanpassing van het stalklimaat en het zorgen voor beschutting tegen grote temperatuurwisselingen zeer belangrijk.
Hiernaast kan gevaccineerd worden, al hoewel de werking van het vaccin zeker niet 100 % is. Hetzelfde entschema als voor ‘Het Bloed’ kan gevolgd worden, behalve dat lammeren van gevaccineerde ooien vroeger gevaccineerd moeten worden omdat de bescherming via de biest niet zo lang duurt (al op een leeftijd van 4 weken).

Vaccinatie tegen rotkreupel

Twee bacteriën veroorzaken rotkreupel: Fusobacterium necrophorum en Bacteroides nodosus. Deze bacteriën veroorzaken een ontsteking van de tussenklauwhuid die uiteindelijk de hele klauw gaat ondermijnen.



De aandoening is zeer pijnlijk, de dieren gaan ernstig manken en indien beide voorpoten aangetast zijn gaan ze op hun knieën grazen. De behandeling bestaat uit pootjes kappen (alle loszittende hoorn moet worden verwijderd) en lokale behandeling van de poten met antibioticaspray en eventueel verbanden.
Ook moeten de schapen algemeen worden ingespoten met langwerkende antibiotica. De afgesneden stukken hoorn worden het beste vernietigd aangezien hier meestal veel bacteriën in zitten. Voor de preventie is regelmatig pootjes bekappen het belangrijkste en de aangetaste dieren moeten worden behandeld. Verder is het mogelijk de dieren regelmatig door een pootbad te laten lopen. Het is wel belangrijk dat dit bad regelmatig ververst wordt zodat er geen mest in blijft zitten. Een droge omgeving is ook noodzakelijk om de klauwtjes goed hard te krijgen.
Wanneer de problemen zeer groot zijn is het mogelijk de dieren te vaccineren (ook aangetaste dieren kunnen worden gevaccineerd). Het vaccin is zeer effectief maar er kunnen wel ernstige entreacties voorkomen zoals abcessen. Vaccineren moet twee keer per jaar gebeuren, het beste in begin maart en begin november.
Schapen die nog niet gevaccineerd zijn moeten een dubbele basisvaccinatie krijgen met 4 – 6 weken ertussen. Bij zeer grote infectiedruk kan het nodig zijn om de 4 – 5 maanden te vaccineren.

Ecthyma contagiosa (zere bekjes)


Dit is een virusinfectie dat pokachtige letsels veroorzaakt voornamelijk rond de neus en mond en op de tepels. Ook kunnen er letsels voorkomen in de mondholte en slokdarm en aan de poten. Het virus kan zowel schapen en geiten aantasten van alle leeftijden, maar zorgt vooral voor problemen in de aflammerperiode.
Aangezien de aandoening pijnlijk is, kan het voorkomen dat lammetjes niet meer willen drinken of ooien lammeren niet meer laten drinken. Bij lammeren kan er dan ook sterfte optreden. Het is ook een zeer besmettelijke aandoening die zich snel kan verspreiden in een populatie. Ook voor mensen is het virus besmettelijk dus hygiëne is in dit geval zeer belangrijk. Er bestaat geen behandeling. Ontsmetten van de letsels en eventueel toedienen van antibiotica gebeurt om secundaire bacteriële infecties te voorkomen.
Het schijnt dat de toediening van levamisole aan halve dosering enkele malen met 2 – 3 dagen tussentijd tot een gunstig resultaat kan leiden. In Frankrijk, Nederland en Engeland bestaat er een vaccin dat met wisselend resultaat wordt toegepast.

Het Nederlands/Franse vaccin moet worden gegeven 3 – 4 weken voor het lammeren of bij aanvang van de symptomen en moet jaarlijks herhaald worden. Normaal gezien is een eenmalige toediening voldoende maar het is mogelijk dat er een tweede vaccinatie noodzakelijk is na 3 – 4 weken. Dit vaccin kan zowel intradermaal als subcutaan worden gegeven. Het Engelse vaccin bestaat uit een vloeistof die in krasjes in de huid achter de voorpoot moet worden aangebracht.
Dit vaccin kan aan lammeren of schapen van alle leeftijden worden gegeven en na eenmalige toediening ontstaat er al voldoende bescherming. Ook dit vaccin moet jaarlijks herhaald worden. Het mag niet aan ooien worden gegeven die binnen 7 weken moeten aflammeren.
Normaal gezien geeft dit vaccin goede resultaten. Vaccinatie tegen ecthyma wordt alleen aangeraden indien er problemen op het bedrijf zijn met deze ziekte.