MENU

Tandverzorging bij het paard

In vergelijking met herkauwers heeft het paard een vrij inefficiënt en primitief darmstelsel. Daartegenover staat echter dat het beschikt over een sterk ontwikkeld en gespecialiseerd kauwapparaat dat toelaat plantaardig voedsel op te nemen en dusdanig fijn te malen dat een maximale benutting door het spijsverteringsstelsel mogelijk wordt.

Gedurende het leven van het paard ontwikkelen zich twee gebitseenheden, zijnde het melkgebit en het definitief gebit.

Het melkgebit bestaat uit 12 snijtanden en 12 maaltanden. Het definitief gebit bestaat uit 36 tot 44 tanden, afhankelijk van het voorkomen van haaktanden en/of wolfstanden.

De tanden kennen een groeiperiode van acht tot negen jaar na het uitkomen van de tand. Er stelt zich echter een fijn evenwicht in tussen de slijtage die de tanden ondergaan o.i.v. de kauwactiviteiten en het groeiproces . Per jaar wordt er op die manier 2 – 3 mm tandweefstel afgesleten. Na die groeiperiode blijft de tand wel verder uitgroeien naar de mond toe maar de tand zelf wordt door het slijtageproces wel geleidelijk aan korter.

De bovenkaak van het paard is 30 % breder dan de onderkaak waardoor de maaltanden niet perfect boven elkaar komen te staan. Dit veroorzaakt een heel typisch slijtagepatroon dat gekenmerkt wordt door het langer blijven (puntig worden) van de buitenzijde (kant van de wang) van de maaltanden in de bovenkaak en van de binnenzijde (kant van de tong) van de maaltanden in de onderkaak.

Een tweejaarlijkse tot jaarlijkse controle van het gebit van een paard is geen overbodige luxe. Het laat toe dat we vrij snel een opkomende afwijking kunnen diagnosticeren en behandelen wat een maximale en efficiënte benutting van het kauwapparaat door het paard toelaat , een optimale conditie bevordert en de prestaties van het dier ten goede komt.

Gedurende de check-up van het gebit wordt er, afhankelijk van de leeftijd, gelet op :
  • aangeboren defecten van lip of gehemelte
  • overbeet of onderbeet staan
  • uitkomen van de alle tanden
  • letsels op tong of wang
  • wolfstandjes in boven- en onderkaak
  • persisterende melktanden, die normaal gesproken reeds moeten gewisseld zijn
  • haken op de maaltanden
  • letsels veroorzaakt door het bit
  • slijtage van de snijtanden
  • tandsteen rond de haaktanden
  • zijdelingse bewegingsmogelijkheid van de onderkaak
  • ....
De gebitsverzorging zelf omvat voornamelijk het verwijderen van de scherpe randen/emailpunten van de maaltanden. Het houdt eveneens in dat we oneffendhedn van het tandplateau en haken wegnemen, de eerst premolaren afronden om bitproblemen te voorkomen en ervoor te zorgen dat de normale hoek van 10 – 15 ° van het tandplateau bewaard blijft.

We maken gebruik van een volledig speculum waarbij beetplaatjes op de snijtanden van de boven en onderkaak geplaatst worden en verbonden zijn met een trapsgewijs hefboomsysteem dat de mond mooi symmetrisch en geleidelijk kan openen. Dit maakt een perfect zicht van het hele gebit en zijn bijhorende structuren mogelijk. Dit instrument kan slechts veilig gebruikt worden bij een gesedeerd paard omdat het geforceerd openen van de mond vaak gepaard gaat met paniekreacties. In het speculum dat wij gebruiken is zelfs een lichtbron ingebouwd zodat we onze handen vrij hebben voor het hanteren van de instrumenten en palperen van de mond.

Het is een trend geworden om de wolfstandjes standaard te verwijderen. Waak wordt dit rudimentaire maaltandje ten onrecht beschuldigd van te interfereren met het goed presteren van het paard. Enkel wanneer de wolfstand met zijn kroon in de riching van de wang ingeplant staat of een uitgesproken puntige kroon vertoont, kan een dier hiervan hinder ondervinden tijden het rijden met een conventioneel bit. Het loont echter de moeite om het wolfskiesje te verwijderen om een goede “bitseat” te kunnen maken. Dit is het glad afronden van de voorzijden en zijkanten van de eerste maaltanden in de boven – en onderkaak, waardoor het bit zich beter kan positioneren zonder dat zich wang- of tongletsels ontwikkelen door contact met resterende scherpe puntjes.

Bij oudere paarden treffen we vaak loszittende tanden aan als gevolg van een vergevorderde tandvleesontsteking. Het heeft geen zin deze losse en pijnlijke elementen ter plaatse te laten. Ze kunnen verwijderd worden door gebruik te maken van extractietangen. Een sedatie aangevuld met een lokale anesthesie zijn vaak vereist om deze ingreep zo pijnloos mogelijk te laten verlopen.