MENU

Ontworming bij paarden

De belangrijkste wormen bij paarden zijn de Strongyliden. Deze kunnen worden opgedeeld in grote en kleine strongyliden (cyathostominae). De grote strongyliden migreren doorheen verschillende organen, terwijl de kleine strongyliden voornamelijk doorheen de darmwand van dikke darm en caecum migreren.

Symptomen

De eerste symptomen die opvallen zijn magere paarden met een doffe vacht en later vaak ook diarree. Strongylus vulgaris (behorend tot de grote strongyliden) kan in latere stadia ook koliek veroorzaken doordat de larven van deze parasiet zich in de bloedvaten naar de darm toe vestigen. Deze paarden vermageren, hebben vaak koorts, hebben weinig eetlust, liggen veel neer en hebben vaak (obstipatie)kolieken.

Cyathostominae veroorzaken vooral in het vroege voorjaar bij jonge paarden problemen. De paarden zijn mager, hebben een doffe vacht, een waterige stinkende diarree, vaak koorts, een wankele gang en oedeem (=vochtuittreding) op verschillende plaatsen van het lichaam. Ook midden in de zomer kunnen er uitbraken zijn.

Besmettingsdruk

Jonge paarden zijn over het algemeen gevoeliger voor parasitaire infecties omdat ze nog weinig weerstand hebben opgebouwd.

Bij paarden in de weide vindt de defaecatie meestal op vaste plaatsen in de weide plaats. Deze plaatsen worden door de grazende paarden zo lang mogelijk gemeden, maar aan het einde van het weideseizoen, wanneer het gras op begint te raken, moeten de paarden hier ook gaan grazen waardoor er een zeer hoge infectiedruk kan ontstaan. De infectiedruk kan ook hoger oplopen bij de paarden die niet hoog in de sociale rangorde staan aangezien ze op de ‘slechtste’ plekken moeten grazen.

Diagnose

  • Via bloedonderzoek kan worden vastgesteld of er sprake is van een worminfectie, maar de omvang van de infectie en de soort parasiet kan zo niet worden vastgesteld.
  • Via mestonderzoek kan via identificatie van het soort wormeieren worden uitgemaakt om welke parasiet het voornamelijk gaat en kan ook het aantal eieren per gram faeces worden vastgesteld. Naar gelang het type parasiet kan het aantal eieren dat wordt terug gevonden erg verschillen. Ook kan het zijn dat er geen eieren worden terug gevonden in de mest en er toch sprake is van een parasitaire infectie als er zich ingekapselde larven in de wand van de darmen bevinden. Mestonderzoek is ook zeer nuttig om het effect van een behandeling te controleren.


Behandeling

De antiparasitaire middelen kunnen worden ingedeeld in drie groepen:
  • benzimidazoles
  • avermectines (ivermectine, moxidectine)
  • pyrantel
Tegenover benzimidazoles is al erg veel resistentie ontstaan. Op dit moment is de bezorgdheid groot dat er ook tegenover de op dit moment het best werkende avermectines resistentie zal ontstaan. Daarom wordt op dit moment geadviseerd de jongere paarden (1-6 jaar oud) met moxidectine te ontwormen en de oudere paarden met ivermectine.
Aangeraden wordt om 10 – 14 dagen na behandeling een mestonderzoek te laten doen om het effect van de behandeling te controleren. Het is ook erg interessant om een mestonderzoek te doen van ongeveer 10% van de kudde vòòr behandeling om zo de infectiedruk te bepalen.
Minimaal 1 tot 2 keer per jaar moeten de paarden een keer een combinatieproduct krijgen dat ook praziquantel bevat tegen de lintwormen. Het beste tijdstip hiervoor is in elk geval in het najaar en eventueel ook in het voorjaar.

Het behandelingsschema hangt af van de bedrijfssituatie:
  • bedrijven met zeer weinig of geen weidegang: dagelijks de mest verwijderen, de stallen één keer per week goed schoon maken en de paarden 1 – 2 x per jaar ontwormen.
  • Bedrijven met extensieve weidegang: twee keer per jaar ontwormen, bij voorkeur in het voorjaar en in de zomer.
  • Bedrijven met intensieve weidegang (de meest gangbare situatie in België): één keer per week de mest verwijderen en het maaien van de ‘paardenbanen’.
  • Ivermectineschema: vòòr de paarden naar buiten gaan (of bij paarden die het hele jaar buiten staan voor de eerste keer in maart) en dan elke 8 weken ontwormen tot in augustus / september.
  • Moxidectineschema: idem aan het ivermectineschema maar dan met een interval van 12 weken.
  • (wanneer met pyrantel ontwormd wordt moet er elke 4 – 6 weken behandeld worden)
  • Nieuw aangekomen dieren moeten uiteraard behandeld worden voor ze in de groep gaan.


Paarden en ezels die samen in een weide staan

Ezels zijn vaak dragers van longwormen die bij paarden soms voor problemen zorgen zoals een droge hoest, verminderde eetlust en vermageren. Indien ezels en paarden samen in een weide worden gehouden moeten de ezels gedurende het weideseizoen elke 2 – 3 maanden met ivermectine ontwormd worden.


Een ernstig verzwakte jaarling als gevolg van een zware wormbesmetting. Het paardje moet door singels worden ondersteund en krijgt continu infuus om weer op krachten te komen. Paarden die extensief worden gehouden moeten normaal gezien maar één tot twee maal per jaar ontwormd worden; bij de meeste ‘tamme’ paarden is de infectiedruk veel hoger.


Paarden die extensief worden gehouden moeten normaal gezien maar één tot twee maal per jaar ontwormd worden; bij de meeste ‘tamme’ paarden is de infectiedruk veel hoger.