MENU

Diarree bij kalveren

Tot 50% van de kalversterfte wordt veroorzaakt door diarree.

De belangrijkste oorzaken zijn:

  • Gerelateerd aan voederwijzigingen, overvoedering of andere kwaliteit voeder.
  • Infectieuze oorzaken: Rotavirus, Coronavirus, BVD, E. coli, Salmonella, Cryptosporidium, coccidiose, Strongyloides, Giardia.
  • E. coli – infecties komen voornamelijk voor bij zeer jonge kalveren (tot maximaal een week oud). Cryptosporidium komt het meeste voor bij kalveren van ongeveer 10 dagen oud en coccidiose komt voor bij kalveren van meer dan 2 – 3 weken.

Gevolgen:

Vaak worden de darmcellen aangetast waardoor lactose minder goed kan worden afgebroken en er een verkleind oppervlak is om stoffen in het lichaam op te nemen. Ook is er regelmatig eiwitlekkage vanuit het lichaam via de aangetaste darmwand.

De kalveren sterven uiteindelijk meestal niet door uitdroging, maar voornamelijk door verzuring van het lichaam en eventueel ook door stoornissen in de elektrolytenhuishouding. Ook kan het voorkomen dat ze als het ware verhongeren door een tekort aan glucose.

Diagnose:

Het is zeer belangrijk om te weten met welke oorzaak van diarree we te maken hebben om de kalveren op de juiste manier te kunnen behandelen. Hiervoor willen we u aanraden regelmatig meststalen binnen te brengen bij problemen zodat we ze kunnen onderzoeken.

Indien er veel problemen zijn bij kalveren jonger dan een week oud, is het raadzaam de kwaliteit van de biest te onderzoeken. Dit kan het beste door bloed te nemen van jonge kalveren.

Behandeling:

  • Antibiotica of andere middelen aangepast aan de specifieke oorzaak van de diarree.
  • De kalveren mogen géén melk meer krijgen! Ze krijgen melkvervangers in de vorm van elektrolytenoplossingen. De hoeveelheid vocht die de kalveren nodig hebben hangt af van de algemene toestand van het kalf: kalveren die nog stevig recht staan en een goede zuigreflex hebben hebben ongeveer 5,5 liter vocht per dag nodig, terwijl kalveren die volledig plat liggen al 11,5 liter vocht per dag nodig hebben. Hoe vaker per dag de kalveren te drinken krijgen, hoe beter. Na 1 dag kan er worden overgeschakeld op afwisselend melk- en elektrolytentoediening de volgende dag.
  • De laatste categorie kalveren kan natuurlijk onmogelijk zoveel drinken en zal een deel van de benodigde hoeveelheid vocht via het infuus moeten krijgen. Dit is mogelijk via een eenmalig infuus op de boerderij zelf, maar het is beter de kalveren naar de dierenartsenpraktijk te brengen zodat ze aan een permanent infuus kunnen liggen. In dat geval is het ook mogelijk specifiek de verzuring van het bloed en de stoornissen in de elektrolytenhuishouding te corrigeren, waardoor de kans op overleving aanzienlijk stijgt.
  • Het is zeer belangrijk de temperatuur te controleren: bij koorts zal het nodig zijn om koortsremmers bij te geven (>39 °C), maar vaker zullen de kalveren onderkoeld raken en moeten ze worden opgewarmd mbv warmtelampen en warme infusen (<38,5 °C). Koortsremmers hebben ook al gunstig effect omdat ze geproduceerde endotoxines weg vangen, maar mogen hooguit enkele dagen gegeven worden omdat ze een verhoogd risico geven op de ontwikkeling van maag- en darmzweren.
  • Bij jonge kalveren die te weinig biest hebben gedronken of biest van onvoldoende kwaliteit hebben gedronken, kan een bloedtransfusie nodig zijn om te zorgen dat ze voldoende antistoffen in hun bloed krijgen.
  • Gedurende de eerste 7 tot 10 dagen 250 ml biest toevoegen aan elke voederbeurt: zo wordt de lokale immuniteit thv de darm verbeterd.
  • Er zijn ook commerciële producten voorhanden die extra antistoffen bevatten.

Preventie:

  • Hygiëne is zeer belangrijk in de preventie van diarree! Pasgeboren kalveren mogen niet in contact komen met de mest van andere dieren en worden het beste geïsoleerd opgekweekt in bijvoorbeeld iglo’s. Dit kan door het voorzien van een aparte afkalfstal en door op dikbilbedrijven via een katrolsysteem te voorkomen dat de kalveren de grond raken en zo direct in de kruiwagen kunnen worden weg gevoerd. Desinfectie is van zeer groot belang bij het voorkomen van cryptosporidiose.
  • Vaccinatie van de drachtige koeien zodat ze biest van een betere kwaliteit gaan produceren. Er zijn vaccins op de markt die twee keer moeten worden toegediend op 6 en 2 weken voor het afkalven, er zijn ook vaccins die maar 1 keer moeten worden gegeven 12 tot 3 weken voor het kalven.